Kolenboeren bestaan allang niet meer sinds 99 procent van Nederland vooral in gasgestookte huizen woont. In Sneek wordt het verdwenen beroep echter in stand gehouden. Lieuwe van der Pol, botenverhuurder en nazaat van brandstoffen- en oliehandel firma L. van der Pol, rijdt maandag een aantal mud antraciet uit naar een van zijn vaste klanten. Daarvoor haalt de doorgaans goedgemutste Sneker met liefde zijn Mercedes Benz uit 1976 tevoorschijn. Terug in de tijd met een van de laatste Friese kolenboeren voor een nostalgisch ritje naar Oppenhuizen.

door Sjoerd Stiensma

SNEEK – Afleveradres is de Merkelstrjitte in Oppenhuizen. De voorgegloeide diesel in de Mercedes Benz 406 met een laadvermogen van 2,5 ton laat zich gewillig aan de praat helpen. Tot 1996 deed de authentieke vrachtwagen dienst binnen de firma L. van der Pol.

Mercedes Benz 406Op de houten laadvloer was ruimte ingeruimd voor de later overbodige petroleumtank van 2000 liter. Lieuwe van der Pol laadt 2,5 mud extraciet, 2,5 mud antraciet en 8 pakken bruinkoolbriketten. Hij schiet in een blauwe overal compleet met zwarte vegen. De pet ontbreekt niet, al is dat minder noodzakelijk dan vroeger. „We gebruikten eerst jutezakken. Daar ging het kolengruis dwars door heen. Had je meteen een zwarte kop. Later hadden wij plastic zakken die waren gebruikt voor kunstmest of veevoer. Ander nadeel van de jutezakken was dat ze vaak gedroogd moesten worden. Als ze nat waren kon je ze niet opstapelen en wegleggen want dan rotten ze weg.”

Het meer dan dertig jaar oude vrachtwagentje met kenteken 17-87-TB dat alleen voor bijzondere gelegenheden wordt gebruikt, trekt onderweg het nodige bekijks. Niet alleen door de blauwe walm uit de uitlaat en de niet overdreven snelle acceleratie. De blauw gelakte vierwieler zier er uit als door een ringetje te halen. „En nog helemaal origineel hè. Ik heb nog een foto uit ’78 van de auto met mijn oom Wiebe op de Eewal in Woudsend. De auto ziet er nog precies hetzelfde uit.”

Dat is deels de verdienste van Dick Molenaar van autospuiterij de Waterpoort. In 2001, toen de wagen 25 jaar oud was en uit de wegenbelasting mocht, besloot Lieuwe tot restauratie. Uit aardigheid. Hij gaat er wel mee naar oldtimerevenementen. „En ’s zomers toer ik er wel eens wat mee rond om de motor eens wat te laten draaien.”

De Benz is steevast geladen met vijf mud nootjes 4, vijf mud nootjes 3, één mud extraciet en 2 mud andere brandstof. In totaal 13 mud. Alles samen één ton aan gewicht. „Dan denken de mensen misschien die Lieuwe heeft weer knappe handel. Wat ze niet weten is dat ik er ook altijd weer mee thuis kom, haha. En op oldtimerevenementen kun je er wat over vertellen en het kolensjouwen demonstreren.”

Kolen leverenLieuwe van der Pol raakt niet snel uitgesproken over kolen. Hij sluit zich van harte aan bij het reclame rijmpje dat zijn oom Dolf ooit bedacht: ‘Er zijn vele soorten kolen, maar de parel onder de kolen die vindt men boven de aardkloot niet. Deze zit meters diep verscholen als glanzend zwarte antraciet.’

In Oppenhuizen hebben Jan en Geartsje de Jong de Friese vlag uit. „Het is altijd een bijzonder moment als Lieuwe, begin oktober en ergens in januari, langs komt”, zegt het graag kolen stokende echtpaar. „Van huis uit zijn we opgegroeid met kolenkachels”, verklaart Jan de Jong. Voor het uitladen is er eerst koffie. Met gebak! „Dat is traditie geworden”, lacht de vrouw des huizes.

Uiteraard neemt iedereen plaats rond de snorrende kolenkachel. „Voel nu zelf”, zegt Lieuwe met zwarte handen voor de rood gloeiende warmtebron. „Er is geen betere warmte dan kolenwarmte.” De familie De Jong knikt instemmend. Jan de Jong heeft boven de sfeervolle zwarte kachel gaten in de muur gemaakt afgedekt met houten luikjes. Die gaan open zodra het te warm dreigt te worden in de woonkamer. „Dan trekt de warmte lekker het hele huis door. Werkt fantastisch. Eigenlijk hebben we geen CV nodig.” Lieuwe van der Pol bestelt zijn ‘zwarte handel’ bij de groothandel. Van de voor de oorlog talrijke kolenhandelaren in Fryslân is Lieuwe een van de laatste. In Sneek alleen al waren er naast de grotere ondernemingen zoals ABTB en de Agrarische Unie minstens een stuk of elf.

Lieuwe’s gelijknamige grootvader was de grondlegger van de olie- en brandstoffenhandel die zich op de duur in Sneek zou vestigen. Als schipper van het Hegemer skûtsje Drie Gebroeders (45 ton) vervoerde hij eens antraciet in opdracht van de ABTB. Dat kan ik zelf ook, dacht de ondernemende schipper die daarvoor het hoofd boven water probeerde te houden met het vervoer van turf en mest.

Vanaf ’54 nam Van der Pol in Sneek brandstoffenhandel Tjipke van Vellinga over. Eerst met een bakfiets, later een gemotoriseerd voertuig van Van Aalzum en weer later met een Opeltje van Fridsma. En nu is de blauwe Benz er nog.

Kolen in voorraadbakDe maandag in Oppenhuizen afgeleverde antraciet komt uit het Duitse Ibbenburen, waar de roots liggen van de familie Poiesz. De extraciet komt uit de Sofia-Jacobamijn net over de Duitse grens bij Roermond. „Vlakbij de Limburgse Beatrixmijn die misschien alsnog in bedrijf komt”, aldus Lieuwe. Dat laatste klinkt hem als muziek in de oren.

Uiteraard stookt de Sneker zelf kolen. De originele nootjes 4 haard in de woonkamer wordt jaarlijks in oktober aangestoken. Dagelijks een kolenkitje vol erop en het zorgt de hele winter voor behaaglijke stralingswarmte. Een paar keer per week de aslade legen. Meer is het niet. „Ik wil nooit meer anders”, aldus Lieuwe. Toen Nederland massaal overschakelde op gas en in de kolenhandel geen droog brood meer was te verdienen, startte hij met succes een bootverhuur bedrijf in Friesland. Maar het zware werkt van zijn vader en grootvader heeft hij nooit los kunnen laten. „Ik vond en vindt het nog steeds machtig mooi werk”, zegt hij als hij met speels gemak een zak van ongeveer 37 kilo antraciet op zijn schouder gooit. Net zo makkelijk deponeert hij het vrachtje in het kolenhok in de garage van de familie De Jong die er deze winter weer warmpjes bijzit.